Skip to main content

Jarenlang was de kritiek op flexkantoren dezelfde: het zou een tijdelijke oplossing zijn. Een plek waar start-ups bivakkeren tot ze groot genoeg zijn, en waar corporates tijdelijk een team parkeren tot er een “echt” huurcontract komt. De nieuwste cijfers laten zien dat dat verhaal achterhaald is.

Volgens de zesde editie van het Flexmark-rapport van Workthere, het flexkantorenplatform van vastgoedadviseur Savills, bereikte de wereldwijde bezettingsgraad van flexkantoren in 2026 een record van 85%, tegen 81% een jaar eerder. Het onderzoek, gebaseerd op 199 operators in 39 landen, laat bovendien zien dat drie op de vier operators het komende jaar willen uitbreiden.

Dat recordcijfer is indrukwekkend. Maar de opvallendste bevinding zit een laag dieper: mensen in flexibele werkplekken komen inmiddels vaker naar kantoor dan mensen in traditionele kantoren.

San Francisco op 97%: waar flexruimte schaars wordt

De bezetting is niet alleen gemiddeld hoog, maar vrijwel overal. Maar liefst 86% van de ondervraagde operators zit op 80% bezetting of meer, en ruim een op de vijf zelfs op 90% of hoger.

De ranglijst van steden leest als een kaart van de wereldwijde zakelijke vraag. San Francisco staat bovenaan met 97%, tegen 90% vorig jaar, aangejaagd door AI- en techbedrijven. Daarna volgen Madrid (91%), Londen en New York (90%), Singapore (89%) en Hongkong (88%). Workthere verwacht dat de bezetting in 2027 verder stijgt.

Die 85% verdient wel wat context. In de flexmarkt is 100% bezetting zelden ideaal: leden groeien, teams verschuiven en nieuwe klanten hebben ruimte nodig om in te stromen. Veel operators beschouwen een bezetting rond de 85 à 90% dan ook als praktisch vol. Met andere woorden: in veel belangrijke zakensteden wordt het lastig om op korte termijn een privékantoor van de juiste omvang te vinden.

3,8 dagen per week: waarom flexkantoren drukker zijn dan het hoofdkantoor

Dit is het cijfer waar elke werkplekstrateeg even bij stil moet staan. Leden van flexkantoren komen gemiddeld 3,8 dagen per week naar kantoor, tegen ongeveer drie dagen in 2022. Dat is net iets meer dan het gemiddelde van 3,6 dagen in traditionele kantoren. En 22% van de flexgebruikers komt inmiddels vijf dagen per week, tegen 16% vier jaar geleden.

Hoe kan het dat mensen in een coworkingruimte of managed office vaker komen dan medewerkers met een eigen hoofdkantoor? Een paar verklaringen springen eruit.

Ten eerste wordt een flexkantoor bewust gekozen, niet geërfd. Bedrijven die naar een flexibele werkplek verhuizen, kiezen een locatie, omvang en inrichting die passen bij hoe hun team vandaag werkt, in plaats van te leven met een plattegrond die tien jaar geleden is ontworpen.

Ten tweede zitten flexoperators eigenlijk in de hospitalitybranche. Hun omzet hangt ervan af of leden er graag willen zijn, dus service, community en design krijgen voortdurend aandacht. Dat staat in schril contrast met de terug-naar-kantoordiscussies elders: deze week nog kreeg de Britse bank NatWest kritiek van vakbonden op een verplichting om twee dagen per week op kantoor te werken, waarbij medewerkers wezen op de kosten van het reizen.

De les is eenvoudig. Een verplichting vult een kantoor misschien een tijdje; een plek waar mensen écht graag komen, vult het voor langere tijd.

Grote bedrijven trekken in, en blijven

Het rapport bevestigt ook dat flexwerken definitief deel uitmaakt van het corporate vastgoedbeleid. Grote bedrijven blijven gemiddeld 3,9 jaar, tegenover 2,6 jaar voor start-ups en mkb en 3,2 jaar voor scale-ups. Ook de omvang groeit: bijna een kwart van de multinationals zoekt meer dan 200 werkplekken.

Bijna vier jaar is niet langer “kortetermijn”. Voor veel corporates is de flexibele kantoorruimte een vaste laag in de vastgoedportefeuille geworden: snelheid en wendbaarheid, zonder de investering en verplichting van een traditioneel huurcontract van tien jaar.

Operators passen hun groeistrategie daarop aan. De helft kiest nu voor managementovereenkomsten met verhuurders als belangrijkste groeiroute, en het aandeel dat groeit door zelf vastgoed te kopen steeg van 2% in 2023 naar 14% nu, een ontwikkeling die we de afgelopen maanden op de voet volgen.

Parkeerplek in, sportschool uit

Bij voorzieningen wint praktisch nut. Vergaderruimtes blijven het meest gevraagd, gevolgd door belcellen en ruimte om samen te werken. De vraag naar parkeerplekken steeg met 14% op jaarbasis en dagpassen zijn populairder, terwijl de interesse in een eigen sportschool afneemt nu leden vaker gebruikmaken van faciliteiten in de buurt.

Vooruitkijkend verwacht 70% van de operators een verdere verschuiving naar lifestyle- en designgerichte ruimtes, en 67% verwacht dat AI een grotere rol gaat spelen in gebouwbeheer, ruimtegebruik en dienstverlening aan leden. Cybersecurity wordt daarbij wel als groeiend aandachtspunt genoemd.

Minder ruimte, langere contracten, meer op het spel

Voor bedrijven op zoek naar ruimte: het aanbod wordt krapper, vooral in grote steden. Begin eerder met zoeken dan je denkt nodig te hebben, en overweeg of een iets langere looptijd je een betere prijs en de gewenste locatie kan opleveren. Andere wijken of nabijgelegen steden bieden vaak meer keuze.

Voor operators: een hoge bezetting geeft prijszettingsruimte, maar ook verantwoordelijkheid. Nu corporate leden langer blijven, worden klantbehoud, serviceniveau en slimme capaciteitsplanning belangrijker dan ooit. Investeer eerst in de basis die leden dagelijks gebruiken, zoals vergaderruimtes, rustige belplekken en goede connectiviteit, en pas daarna in opvallende extra’s.

Voor werkplekmanagers: als je eigen kantoor moeite heeft om mensen te trekken, biedt de flexsector een nuttige les. Ontwerp voor de manier waarop mensen werken, voeg echte gastvrijheid toe, en de aanwezigheid volgt vanzelf.

Het “tijdelijke” kantoor blijft

Een recordbezetting, langere verblijfsduur en hogere aanwezigheid wijzen allemaal dezelfde kant op: de flexibele werkplek is niet langer het alternatief voor het “echte” kantoor. Voor steeds meer bedrijven ís het het echte kantoor.

Leave a Reply