Skip to main content

Al jaren vragen zzp’ers en de bedrijven die hen inhuren om één ding: duidelijke regels. Wanneer is iemand echt zelfstandig, en wanneer lijkt het werk te veel op loondienst?

Het antwoord van het kabinet is de Zelfstandigenwet, een nieuw wetsvoorstel van minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie). Op papier levert het precies wat de markt vroeg. Toch laat een nieuwe peiling zien dat juist de groep die de wet moet beschermen, zich ertegen keert.

Bankplatform Knab ondervroeg 1.068 zzp’ers. 53% zou tegen het wetsvoorstel stemmen, 19% is voor en 28% weet het nog niet. Dat is een opvallende omslag: in april 2025 stond nog 71% van de ondervraagde zelfstandigen positief tegenover de toenmalige plannen voor een Zelfstandigenwet.

Wat is er veranderd?

Wat doet de Zelfstandigenwet precies?

Het wetsvoorstel wil de langlopende onzekerheid over schijnzelfstandigheid wegnemen. Daarmee krijgen opdrachtgevers meer vertrouwen bij het inhuren van zelfstandige professionals.

Dat gebeurt met twee toetsen:

  • De zelfstandigentoets kijkt naar de zzp’er als ondernemer.
  • De werkrelatietoets beoordeelt hoe de opdracht in de praktijk wordt uitgevoerd.

Zzp’ers en opdrachtgevers die aan alle voorwaarden voldoen, komen in een zogenoemde veilige haven. Daarmee hebben ze vooraf zekerheid dat er geen sprake is van een dienstverband.

Twee details zijn belangrijk. Ten eerste is het niet genoeg om in een contract te zetten dat je aan de toetsen voldoet; de praktijk moet ermee overeenkomen. Ten tweede bevat het voorstel geen minimumuurtarief, een maatregel die in eerdere zzp-voorstellen wel voorkwam.

De wet is nog niet definitief. Het voorstel ligt sinds 1 oktober 2026 ter internetconsultatie, met 1 januari 2028 als beoogde ingangsdatum. Tot die tijd blijven de bestaande regels gelden, waaronder de Wet DBA, en blijft de Belastingdienst handhaven op schijnzelfstandigheid.

Het struikelblok: drie opdrachtgevers

Het grootste bezwaar gaat over één specifieke voorwaarde. Om in de veilige haven te komen, moet een zzp’er in het vorige en lopende kalenderjaar samen minimaal drie volwaardige opdrachtgevers hebben gehad. 51% van de ondervraagden is tegen deze eis.

Dat is goed te begrijpen. Veel hoogopgeleide zzp’ers werken langdurig aan projecten voor één opdrachtgever. Een ict-specialist kan maanden of zelfs jaren aan één implementatie werken, zonder daardoor minder ondernemer te zijn. Voor deze professionals straft de regel juist de diepgaande expertise waarvoor opdrachtgevers hen inhuren.

De cijfers bevestigen dat. De weerstand is het grootst onder ict’ers: 73% is tegen. Van de zzp’ers die in 2025 en 2026 samen minder dan drie opdrachtgevers hadden, is zelfs 74% tegen de plannen.

In theorie vrijwillig, in de praktijk verplicht?

Strikt genomen is de eis van drie opdrachtgevers niet verplicht. Zzp’ers die niet aan de voorwaarden van de veilige haven voldoen, kunnen op basis van de bestaande juridische criteria nog steeds als zelfstandige worden aangemerkt. Ze krijgen alleen niet de zekerheid vooraf die de nieuwe wet biedt.

Maar zzp’ers vrezen dat de markt er anders mee omgaat. Slechts 25% denkt dat de wet het voor opdrachtgevers makkelijker maakt om hen in te huren; bijna de helft (48%) verwacht juist het tegenovergestelde.

Die zorg is goed te volgen. Als je als HR- of inkoopmanager risico’s wilt vermijden, waarom zou je dan een zzp’er buiten de veilige haven inhuren als je er ook een binnen de veilige haven kunt eisen? Wat bedoeld is als veilige haven, kan zo een harde toegangseis worden.

Die angst komt niet uit het niets. Sinds de handhaving van de Wet DBA is aangescherpt, zijn veel organisaties voorzichtig geworden met het inhuren van zzp’ers. Uit de peiling blijkt dat het effect nu al voelbaar is: vier op de tien ondervraagden zeggen dat dit jaar een opdracht niet doorging of werd beëindigd door onzekerheid over het inhuren van zelfstandigen.

Wat betekent dit voor bedrijven die zzp’ers inhuren?

Voor mkb’ers, scale-ups en grotere organisaties die met flexibel talent werken, springen een paar praktische punten eruit.

  1. Er verandert nog niets: Tot 2028 gelden de huidige regels. Het beoordelen van de arbeidsrelatie in de praktijk blijft essentieel.
  2. Wees realistisch over de drie-opdrachtgeverseis: Niet elke goede zzp’er past in de veilige haven. Een beleid waarin je alleen nog zzp’ers binnen de veilige haven inhuurt, kan je afsnijden van specialistisch talent, vooral in de ict.
  3. Laat je stem horen: De internetconsultatie is hét moment om praktische knelpunten te benoemen. Ondernemers, zzp’ers en hun organisaties kunnen allemaal reageren.
  4. Laat je adviseren over jouw situatie: Elke inhuurconstructie is anders, dus check je eigen situatie bij een fiscaal of juridisch adviseur.

Het wetsvoorstel is ook relevant voor de flexwerkplekkenmarkt. Zzp’ers zijn een kerndoelgroep van coworkingruimtes, flexplekken en virtuele kantoren. Een wet die het makkelijker of moeilijker maakt om zzp’ers in te huren, zal vroeg of laat zichtbaar worden in de vraag naar die diensten. Sommige zzp’ers zullen bovendien zoeken naar manieren om hun ondernemersprofiel te versterken, zoals een professioneel zakelijk adres of een zichtbare plek in een coworkingcommunity.

Duidelijkheid, maar tegen welke prijs?

Dat de Nederlandse zzp-markt duidelijkere regels nodig heeft, staat buiten kijf. Jaren van onzekerheid hebben zzp’ers opdrachten gekost en opdrachtgevers nerveus gemaakt. De Zelfstandigenwet is een serieuze poging om dat op te lossen, en de opzet met twee toetsen en een veilige haven is een stap richting voorspelbaarheid.

De uitdaging is nu om te zorgen dat die duidelijkheid niet ten koste gaat van specialisten die kiezen voor lange, diepgaande opdrachten. De consultatieperiode geeft politiek, zzp’ers en bedrijfsleven de kans om die balans vóór 2028 goed te krijgen.

Leave a Reply