Ondernemerschap concentreert zich steeds minder uitsluitend in de traditionele economische centra van Nederland. Nieuwe cijfers van de Kamer van Koophandel laten zien dat het aantal starters in het tweede kwartaal van 2026 in tien van de twaalf provincies is toegenomen.
De sterkste groei vond niet plaats in Amsterdam, Rotterdam of Utrecht. Groningen en Drenthe liepen voorop.
Die ontwikkeling is niet alleen relevant voor beleidsmakers en regionale ontwikkelingsorganisaties. Ook aanbieders van flexibele kantoren, coworkingconcepten en vastgoedeigenaren moeten rekening houden met een veranderende geografische verdeling van de vraag.
Wanneer ondernemerschap zich over Nederland verspreidt, zal ook de behoefte aan professionele werkruimte regionaler worden. De kantoren die deze vraag bedienen, zullen waarschijnlijk wel kleiner en lokaler zijn dan de grote coworkinglocaties die we uit de belangrijkste stadscentra kennen.
Meer starters in bijna alle provincies
Het aantal startende ondernemingen nam in het tweede kwartaal van 2026 met 4,8% toe ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Tegelijkertijd daalde het aantal stoppers met 9,2% en nam het aantal faillissementen met 12,8% af, zo blijkt uit het nieuwste KVK Trendrapport. e twaalf provincies werden meer bedrijven gestart. Groningen liet met 14% de sterkste groei zien, gevolgd door Drenthe met 12%. Alleen in Zeeland en Noord-Brabant nam het aantal starters licht af.
Noord-Holland telt nog altijd de meeste starters per inwoner. Bovendien komt bijna de helft van alle nieuwe bedrijven uit Noord- en Zuid-Holland. Toch is de bredere beweging duidelijk: de groei van het ondernemerschap is niet langer uitsluitend een verhaal van de Randstad.
Van alle starters is 79% zzp’er. De specialistische zakelijke dienstverlening is met 17% de grootste sector, gevolgd door handel en bouw. ondernemers hebben niet direct behoefte aan een traditioneel huurcontract voor een volledig kantoor. Ze beginnen thuis, aan de keukentafel of in een horecagelegenheid. Zodra ze klanten ontvangen, medewerkers aannemen of vaker willen samenwerken, ontstaat echter behoefte aan een professionelere omgeving.
Daar ligt een natuurlijke markt voor flexibele kantoorruimte, vergaderruimtes, coworkingabonnementen en zakelijke vestigingsadressen.
Regionale markten vragen om kleinere kantoorconcepten
De stijging van het aantal starters betekent niet dat iedere provinciestad direct ruimte biedt voor een groot coworkingcomplex. Regionale markten vragen meestal om een zorgvuldiger gedimensioneerd product.
Recente cijfers uit de Verenigde Staten laten een vergelijkbare ontwikkeling zien. In de eerste helft van 2026 groeide het aantal coworkinglocaties sneller dan het totale aantal vierkante meters. Het aantal locaties nam met 2,7% toe, terwijl het totale vloeroppervlak met 1,5% groeide. Daardoor daalde de gemiddelde omvang per locatie. Nieuwe vestigingen verschenen vaker in secundaire en kleinere steden en hadden een compacter oppervlak. e en Amerikaanse kantorenmarkten verschillen uiteraard. De onderliggende logica is echter relevant: in regionale economieën kan flexibele kantoorruimte succesvol zijn wanneer de omvang en dienstverlening aansluiten op de lokale vraag.
In plaats van een groot kantoor met honderden werkplekken kan het regionale model bestaan uit:
- privékantoren voor één tot tien personen
- een beperkte coworkingzone
- reserveerbare vergader- en trainingsruimtes
- professionele vestigingsadressen
- goede internet- en telefoniefaciliteiten
- flexibele overeenkomsten waarmee bedrijven geleidelijk kunnen groeien.
Een dergelijke locatie kan tegelijkertijd zzp’ers, starters, thuiswerkende werknemers en gevestigde regionale bedrijven bedienen. Ook vormt ze een professioneel alternatief voor mensen die anders meerdere keren per week naar de Randstad zouden reizen.
Nabijheid wordt een belangrijk verkoopargument
Kantooraanbieders concurreerden lange tijd vooral met prestigieuze locaties in het centrum van een grote stad. In regionale markten kan gemak belangrijker zijn dan status.
Een flexibel kantoor bij een station, woonwijk of regionale snelweg kan aantrekkelijk zijn voor ondernemers die bereikbaarheid zwaarder laten wegen dan een grootstedelijke postcode. Parkeergelegenheid, korte reistijden en de nabijheid van klanten kunnen meer waarde bieden dan een plek in een bekende kantoortoren.
Regionale locaties kunnen daarnaast onderdeel worden van een gespreide huisvestingsstrategie voor grotere werkgevers. Een bedrijf met een hoofdkantoor in Amsterdam kan bijvoorbeeld medewerkers hebben die in Friesland, Drenthe of Groningen wonen. Toegang tot een professionele werkplek dichter bij huis kan hun reistijd beperken zonder dat zij permanent thuis hoeven te werken.
Dezelfde locatie kan daardoor twee groeimarkten bedienen: lokale ondernemers die een professionele werkomgeving zoeken en medewerkers van grotere organisaties die dichter bij huis willen werken.
Ook de communityfunctie is belangrijk. In een kleinere stad kan een flexibel kantoor uitgroeien tot een lokaal zakelijk knooppunt. Samenwerkingen met gemeenten, onderwijsinstellingen, accountants, recruiters en ondernemersnetwerken versterken de positie van de exploitant. De locatie biedt dan niet alleen bureaus en vergaderruimtes, maar ook toegang tot kennis, contacten en potentiële samenwerkingspartners.
Nieuwe mogelijkheden voor regionaal vastgoed
De groei van regionaal ondernemerschap biedt eveneens kansen voor eigenaren van onderbenutte kantoorgebouwen.
In veel regionale steden staan panden die te groot zijn voor één kleine onderneming, maar geschikt zijn om op te delen in kleinere, volledig ingerichte units. Een flexibel kantoorconcept kan zo helpen om bestaand vastgoed opnieuw te positioneren.
Exploitanten moeten daarbij voorkomen dat zij een succesvol Amsterdams concept zonder aanpassingen naar een kleinere stad kopiëren. De lokale vraag moet nauwkeurig worden onderzocht.
Belangrijke indicatoren zijn het aantal nieuwe bedrijfsregistraties, de sectoren waarin starters actief zijn, lokale reisbewegingen, concurrerend kantooraanbod, leegstand en de aanwezigheid van onderwijsinstellingen. Ook moet duidelijk zijn of gebruikers vooral een vast kantoor, incidentele werkruimte, een vergaderlocatie of een zakelijk vestigingsadres zoeken.
Kleinere locaties kunnen het investerings- en exploitatierisico beperken. Dat betekent niet dat ze vanzelf succesvol zijn. Lokale verkoop, persoonlijke gastvrijheid en actieve communityvorming zijn vaak belangrijker dan een kostbaar interieur.
Flexibele kantoren moeten ondernemers volgen
De nieuwste KVK-cijfers laten zien dat de geografische basis van het Nederlandse ondernemerschap breder wordt. Groningen en Drenthe voeren momenteel de groei aan, maar de belangrijkste conclusie is dat in steeds meer delen van het land relevante zakelijke ecosystemen ontstaan.
Voor aanbieders van flexibele werkruimte ligt de kans daarom niet alleen in méér kantoren. Het gaat vooral om kleinere, slimmere en lokaal passende locaties.
Vastgoedeigenaren en exploitanten die regionale ontwikkelingen vroeg analyseren, kunnen een voorsprong opbouwen. De volgende belangrijke flexibele kantoorlocatie hoeft niet in het centrum van Amsterdam te staan. Misschien ligt die bij een station in Groningen, Assen of een andere regionale stad waar de werkgevers van morgen vandaag hun onderneming beginnen.
Kantooroperators en vastgoedeigenaren doen er goed aan regionale starterscijfers te combineren met gegevens over leegstand, bereikbaarheid en reisgedrag. Waar het ondernemerschap groeit, kan een zorgvuldig ontwikkeld flexibel kantoor uitgroeien tot essentiële lokale bedrijfsinfrastructuur.





