Skip to main content

Nederland begint weer massaal bedrijven, en sneller dan in jaren. Volgens nieuwe cijfers van de Kamer van Koophandel (KVK) schreven zich in het derde kwartaal van 2026 62.395 starters in. Dat is 15,4% meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Ruim acht op de tien begonnen als zelfstandige zonder personeel.

Op het eerste gezicht is dat nieuws voor accountants en beleidsmakers. Wie beter kijkt, ziet ook een verhaal over de kantorenmarkt. De meeste van deze nieuwe bedrijven zullen nooit een traditioneel huurcontract tekenen. Maar vrijwel allemaal hebben ze een werkplek nodig, een adres om in te schrijven en een ruimte om klanten te ontvangen. Daarmee zijn ze een van de belangrijkste doelgroepen voor de flexsector.

Een golf die versnelt

Wat de Q3-cijfers bijzonder maakt, is niet alleen de omvang maar ook de richting. In het eerste kwartaal van 2026 steeg het aantal starters nog maar met 2%, in het tweede met 4,8%. In het derde kwartaal verdrievoudigde het groeitempo ruim. Tegelijkertijd stopten er minder ondernemers: het aantal stoppers daalde met 4,3% en het aantal faillissementen bleef vrijwel gelijk.

Die groei komt er ondanks een beleidsklimaat dat voor zzp’ers allesbehalve ontspannen is. De handhaving op schijnzelfstandigheid is aangescherpt en de nieuwe Zelfstandigenwet zorgt voor veel discussie, zoals we eerder deze maand beschreven. Toch begint 82% van de starters zonder personeel. De zin in zelfstandig ondernemen is duidelijk niet verdwenen.

Eén kanttekening is belangrijk bij deze cijfers. De KVK telt zowel voltijd- als deeltijd-zzp’ers mee. Een deel van de groei bestaat dus uit bijverdiensten naast een baan in loondienst, niet alleen uit fulltime ondernemers.

Wie er begint, en waar

De verdeling per sector is vooral interessant voor aanbieders van werkplekken. De meeste starters kwamen erbij in de specialistische zakelijke dienstverlening, met een groei van 17% ten opzichte van vorig jaar. Ook in de ICT groeide het aantal zzp-inschrijvingen sterk. Consultants, developers, ontwerpers en marketeers werken achter een laptop, niet op een bouwplaats. Dat is precies het profiel dat coworkingplekken vult en vergaderruimtes boekt.

Ook de regionale spreiding wijst die kant op. Bijna de helft van alle starters komt uit de twee Randstadprovincies: Zuid-Holland is goed voor 24% en Noord-Holland voor 22%. Daar is het aanbod aan flexibele werkplekken het grootst. De snelste groei zat echter in Gelderland en Flevoland, waar het aantal starters met 19% steeg. De vraag verspreidt zich dus buiten de grote steden, naar gebieden waar het flexaanbod dunner is.

Ook de keuze voor de rechtsvorm zegt iets. 77% van de starters koos voor een eenmanszaak, en dat aantal steeg met 20%. Veel eenmanszaken beginnen aan de keukentafel. Dat roept een vraag op waar veel starters pas laat bij stilstaan: wie zijn huisadres als vestigingsadres inschrijft, maakt dat adres openbaar als bedrijfsadres. De afwegingen zetten we op een rij in onze gids over zakelijk adres of huisadres.

Wat starters echt nodig hebben

Voor aanbieders is het belangrijkste inzicht dat de meeste starters geen kantoor willen. Nog niet, in elk geval. Hun behoefte groeit meestal in stappen:

  1. Een zakelijk adres: Een professioneel adres voor de inschrijving, facturen en de website, vaak in combinatie met postverwerking.
  2. Een plek om af te spreken: Een vergaderruimte voor de klantpitch die je liever niet in een café houdt.
  3. Een plek om te focussen: Een dagpas of een paar dagen per week in een coworkingruimte, zodra thuiswerken eenzaam of onrustig wordt.
  4. Ruimte voor een team: Een vaste werkplek of klein privékantoor, zodra de eerste medewerker of compagnon erbij komt.

De rode draad is onzekerheid. Uit onderzoek van Knab blijkt dat meer dan de helft van de ondernemers in hun eerste jaar minder dan drie maanden vooruit kan kijken qua werk of omzet. Wie zo weinig zekerheid heeft, tekent geen meerjarig contract. Maandelijks opzegbare abonnementen, vergaderruimtes op basis van gebruik en de mogelijkheid om op of af te schalen zijn voor deze groep geen luxe. Ze zijn de voorwaarde om überhaupt ja te zeggen.

Er is ook een keerzijde. Bijna driekwart van de bedrijven die in Q3 stopten, was eveneens een zzp’er. Starters vormen een groeiende markt, maar ook een wispelturige. Aanbieders die sterk op deze doelgroep leunen, hebben een constante instroom van nieuwe leden nodig om het verloop op te vangen.

De kans voor aanbieders

Samen geven de Q3-cijfers de flexsector een praktisch draaiboek.

Ten eerste: maak de stap van het ene product naar het volgende zo makkelijk mogelijk. Een starter die begint met een zakelijk adres, moet eenvoudig vergaderuren kunnen toevoegen, daarna een coworkinglidmaatschap en later een privékantoor. Elke stap mag niet meer kosten dan een klik en een gesprek.

Ten tweede: kijk verder dan de Randstad. De snelle groei in provincies als Gelderland en Flevoland betekent dat lokale hubs en kleinere regionale centra vraag kunnen opvangen die grote stadsaanbieders laten liggen.

Ten derde: verkoop gemeenschap, niet alleen vierkante meters. Solo-ondernemers missen vaak eerder collega’s dan een bureau. Evenementen, netwerken met vakgenoten en een toegankelijke receptie kunnen de reden zijn dat een starter voor jouw locatie kiest en blijft.

Tot slot

Nederland noteert de sterkste stijging van het aantal starters in jaren, vooral gedreven door solo-ondernemers in kennisintensieve sectoren. Weinigen van hen zullen op korte termijn een huurcontract tekenen. Velen hebben de komende maanden wel een adres, een vergaderruimte of een werkplek nodig. Voor een flexsector die op zoek is naar zijn volgende groeimotor, verdient deze golf nieuwe ondernemers alle aandacht.

Leave a Reply