De discussie rondom terugkeer naar kantoor is opnieuw actueel. Niet alleen in Nederland, maar ook elders in Europa. Terwijl bij sommige organisaties de kantoorplicht toeneemt, blijven werknemers terughoudend. Uit zowel mobiliteitsdata als grootschalige enquêtes blijkt dat hybride werken zich in de afgelopen jaren stevig heeft verankerd in de werkcultuur. Flexibiliteit is voor veel werknemers inmiddels geen extraatje meer, maar een basisvoorwaarde voor goed functioneren.
Nederland: meer aanwezigheid, minder enthousiasme
Volgens data van Google en Apple zijn Nederlanders in 2025 weer vaker fysiek op kantoor dan in de jaren ervoor. Mobiliteitsgegevens laten een duidelijke stijging zien in woon-werkverkeer. Ook uit onderzoek onder 250.000 werkenden blijkt dat het aantal thuiswerkdagen in de eerste vijf maanden van 2025 met 10,9% is afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Gemiddeld werken werknemers nu een dag per week extra op kantoor.
- In 2023 werkten ongeveer 5,1 miljoen Nederlanders soms of meestal thuis, dat is ruim 52% van alle werkenden, het hoogste aandeel binnen de EU
- Gemiddeld werd bijna 15 uur per week thuisgewerkt. Bijna twee volledige werkdagen en dat was zo’n 20% van alle gewerkte uren
- Tussen 2021 en 2023 daalde het aantal “meestal thuiswerkers” van 1,9 miljoen naar 1,3 miljoen, terwijl “soms thuiswerkers” stegen van 3,1 naar 3,8 miljoen
- Zelfstandigen werkten relatief meer thuis: ongeveer 30% van hun werkweek gebeurde thuis, tegen circa 17% bij werknemers.
Reistijd blijkt een belangrijke factor in deze keuze. Werknemers met een enkele reistijd van meer dan 30 minuten kiezen vaker voor thuiswerken; bij afstanden van meer dan een uur werkt ruim 70% structureel deels thuis. Daarbij speelt vermijding van reistijd en kosten een belangrijke rol.
Frankrijk: “Retour en arrière” geen optie
Ook in Frankrijk staat thuiswerken onder druk, maar de weerstand ertegen is daar nog sterker voelbaar. Uit een recente peiling van Apec blijkt dat maar liefst 82% van de Franse kaderleden niets voelt voor een fulltime terugkeer naar kantoor. Sterker nog: 60% geeft aan bereid te zijn van baan te wisselen als thuiswerken zou worden beperkt.
Bedrijven die het thuiswerken willen terugdraaien, stuiten op felle tegenreacties van werknemers en vakbonden. De mythe dat fysieke aanwezigheid leidt tot meer betrokkenheid en productiviteit wordt steeds vaker in twijfel getrokken. In plaats daarvan groeit het besef dat succesvolle werkcultuur vraagt om vertrouwen, autonomie en een doordacht hybride model.
Conclusie: de balans is verschoven
Hoewel werkgevers in zowel Nederland als Frankrijk een terugkeer naar kantoor stimuleren, blijkt uit de praktijk dat werknemers daar niet altijd in mee willen gaan. Het hybride werken is geen tijdelijke trend meer, maar eerder een structureel onderdeel van moderne arbeidscultuur. Organisaties die hier flexibel mee omgaan en luisteren naar de behoeften van hun personeel lijken op lange termijn succesvoller in het aantrekken én behouden van talent.





