Na jaren van onzekerheid bevindt de Nederlandse kantorenmarkt zich in 2025 op een kruispunt van herstel, innovatie en verduurzaming. De investeringsdynamiek neemt toe, ESG-doelstellingen worden concreet voelbaar en gebruikers stellen hogere eisen dan ooit aan hun werkomgeving. Wat zijn de belangrijkste trends en wat kunnen beleggers, ontwikkelaars en gebruikers verwachten? Een overzicht.
Herstel in zicht: investeringen trekken aan, maar met nuance
In 2024 kwam het investeringsvolume in kantoren uit op ruim €1,8 miljard – een stijging ten opzichte van het voorgaande jaar, maar nog steeds onder pre-coronaniveau. De renteverlagingen van de Europese Centrale Bank in het tweede kwartaal van 2024 gaven beleggers meer vertrouwen, hoewel het herstel voorzichtig blijft. Grote institutionele partijen blijven afwachtend, terwijl private equity en family offices het momentum grijpen om hun slag te slaan.
Volgens marktanalisten, waaronder CBRE, luidt deze ontwikkeling mogelijk een nieuwe investeringscyclus in. Het zijn vooral partijen met een hogere risicotolerantie die durven in te spelen op waardedalingen en kansen in opkomende steden.
Verduurzaming krijgt vaart: CSRD als gamechanger
Een van de meest bepalende factoren in 2025 is de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Waar deze eerst alleen op grote ondernemingen van toepassing was, vallen vanaf dit jaar ook middelgrote bedrijven onder de rapportageverplichting. Daarmee wordt duurzaamheid van ‘nice-to-have’ een harde eis.
Gebouwen moeten aantoonbaar energiezuinig zijn en een minimale klimaatimpact hebben. De lat ligt hoog: ‘Paris Proof’-normen vragen bij renovaties om een verbruik van maximaal 70 kWh/m², terwijl in de praktijk vaak 80-90 kWh/m² wordt gehaald. Dit niveau voldoet weliswaar aan de eisen van de Carbon Risk Real Estate Monitor (CRREM), maar niet aan de ambitieuze normen van bijvoorbeeld de Dutch Green Building Council (DGBC).
Voor nieuwbouw geldt zelfs de ambitie van 0 kWh/m². Ontwikkelaars investeren dan ook volop in energiezuinige gebouwen met BREEAM- of WELL-certificering, vaak op toplocaties met goede bereikbaarheid per OV.
De opmars van middelgrote steden
Hoewel de grote vijf steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven) aantrekkelijk blijven, verschuift de aandacht naar middelgrote steden als Zwolle, Groningen, Amersfoort en ‘s-Hertogenbosch. Deze steden combineren aantrekkelijke prijzen met goede bereikbaarheid en een groeiend voorzieningenaanbod.
Kantoren nabij OV-knooppunten profiteren van de focus op duurzame mobiliteit en lagere CO₂-uitstoot.
Dit sluit aan bij de bredere wens van bedrijven om de CO₂-footprint van hun medewerkers terug te dringen – niet alleen uit overtuiging, maar ook onder druk van rapportageverplichtingen.
Werkomgeving als strategische troef
De kantoorgebruiker anno 2025 verwacht méér dan alleen een werkplek. Gebouwen moeten bijdragen aan gezondheid, welzijn en productiviteit. Dat betekent voldoende daglicht, een gezond binnenklimaat, ventilatie op maat en faciliteiten als sportmogelijkheden, gezonde horeca en zelfs kinderopvang.
Daarnaast is sociale interactie belangrijker dan ooit: hybride werken vraagt om kantoren die ontmoeting en samenwerking faciliteren.
Slimme technologie versnelt transformatie
Digitalisering maakt het beheer en gebruik van kantoren slimmer en efficiënter. Van sensoren en dashboards tot gebruikersapps: data vormt de kern van een moderne kantooromgeving. Medewerkers kunnen werkplekken reserveren, klimaatinstellingen aanpassen of vergaderruimtes boeken – allemaal via één app.
Deze technologieën dragen niet alleen bij aan comfort en productiviteit, maar ook aan kostenbesparingen en een lagere CO₂-uitstoot. Voor beleggers betekent dit een betere exploitatie en meer waardecreatie.





